Voorkeurshouding
Voorkeurshoudingen bij babys komen de laatste 10 jaar
in toenemende mate voor. Voorkeurshouding betekent dat een
zuigeling spontaan gedurende driekwart van de tijd met het
hoofd naar één kant kijkt of gedraaid ligt.
Dit kan links of rechts gedraaid zijn. De baby kan onvoldoende
volgen met de ogen of hoofd naar de andere zijde (na de leeftijd
van 8 weken). Dit kan o.a. leiden tot een eenzijdige afplatting
van de schedel, omdat de schedel van nature bij jonge babys
nog erg zacht is.
Dat het aantal babys met afgeplatte schedeltjes de
laatste 10 jaar toeneemt lijkt te verklaren door de adviezen
van Stichting Wiegendood om te kinderen op de rug te laten
slapen. Dit is een goed advies omdat daardoor het aantal kinderen
die aan wiegendood sterven sterk is afgenomen. Een nadeel
van deze maatregel is dat de babys te vaak en te lang
op de rug liggen. Veel ouders laten de babys overdag
ook niet meer op de buik of in zijlig spelen.
Wat kun je als ouders doen om deze voorkeurshouding te
voorkomen
- Spelen: wissel tijdens het spelen de rugligging, buikligging
en zijligging af, maar zorg voor voldoende toezicht. Het
is aan te bevelen het kind minimaal 3x op een dag op de
buik te laten spelen. Dit kan al vanaf 2-3 weken. Bouw de
tijd rustig op. Zorg dat de armen naar voren gericht zijn
voor een goede speelhouding.
- Slapen: Vanaf 2 weken mag het kind niet meer op de zij
slapen en wordt, ter vermindering op het risico van wiegendood,
geadviseerd de baby op de rug te laten slapen. Het is belangrijk
dat het hoofd van de baby afwisselend links of rechts gedraaid
ligt. Draait de baby steeds met het hoofdje naar 1 kant
dan kunt u tijdens de slaap het hoofdje naar de andere kant
draaien.
- Sommige babys richten zich sterk op bepaalde licht-of
geluidsprikkels. Als u dit merkt dan kunt u het bedje eens
andersom draaien, zodat de baby gestimuleerd wordt om de
ander kant op te kijken.
- Verzorgen: bij het verschonen en aankleden kunt u de houdingen
afwisselen, bv. het hoofd van de baby afwisselend links
of rechts van u, of juist recht voor u. Na iedere verschoning
is het aan te bevelen de baby enkele minuten op de buik
te leggen.
- Voeden: Als u borstvoeding geeft dan wisselt u automatisch
de houding van uw kind. Indien u flesvoeding geeft wissel
dan de linker- of rechterarm af. Ook kunt de baby recht
op uw bovenbenen leggen.
Dragen: Draag de baby op verschillende manieren, bv. op
de andere arm, met de rug tegen de borst of met de buik
op de onderarm.
Verwijzing naar de kinderfysiotherapeut
Als bovenstaande adviezen onvoldoende resultaat hebben en
er een ernstige voorkeurshouding en/ of afplatting van de
schedel dreigt te ontstaan dan is een kinderfysiotherapeutisch
onderzoek zinvol.
De kinderfysiotherapeute onderzoekt wat de oorzaak kan zijn
en start indien nodig de behandeling.
Als er gedacht wordt aan andere medische oorzaken (denk aan
bv. neurologische afwijkingen, heupafwijkingen, visus- of
gehoorproblemen) dan zal u worden doorverwezen naar de medisch
specialist voor nader onderzoek.
Om de scheefstand van de schedel op te meten kan de kinderfysiotherapeute
gebruik maken van de Plagiocephalometrie.
lees
hier over kinderfysiotherapie
lees
hier hoe een kinderfysiotherapeut werkt
|